dinsdag 13 november 2012

Mijn leesautobiografie

Ik weet dat je niet van een doorsnee tiener verwacht dat hij/zij graag boeken leest, maar bij mij is dit toch het geval. Ik heb heel mijn leven lang al graag boeken gelezen en dat doe ik nu nog. Ik heb zelfs deze zomervakantie de trilogie “De Da Vinci Code” gelezen van de schrijver Dan Brown. Maar eerst zal ik u wat vertellen over mijn eerdere leeservaringen.
Het eerste boekje dat voor mij voorgelezen werd, heet “365 verhaaltjes over paardjes” van Francisca Fröhlich. Elke dag, voor het slapengaan, las mijn moeder of mijn vader zo’n verhaaltje voor. Ik hield zeer veel van deze verhaaltjes. Dit was dan ook de enige reden waarom ik vrijwillig ging slapen. Zonder mijn verhaaltje voor het slapengaan was ik nogal een nijdige peuter. In het boek staan ook prenten die dus te maken hebben met de verhaaltjes. Dit boek ligt nog altijd bij mij, thuis. Ik ben er nog steeds aan gehecht en ik denk niet dat ik het ooit zal weggeven.
Mijn vader vond het ook heel belangrijk dat mijn zussen en ik veel boeken lazen toen we klein waren. Zeker twee keer per week gingen we allemaal samen naar de bibliotheek om weer een nieuw boek te lenen. Omdat ik veel las op school, maar ook buiten school kon al op redelijk jonge leeftijd goed lezen.

Ik houd veel van fantasy. Ik vind het zeer leuk dat verhalen zich afspelen in een wereld die niet zoals die van ons is. Mythische wezens zoals hobbits, elfen, vampiers, … vind ik geweldig! Voor mij moeten de feiten die zich afspelen in het verhaal niet realistisch of waar gebeurd zijn. Dit is voor mij een manier om eventjes te ontsnappen aan de werkelijkheid en om mijn gedachten te verzetten. Enkele voorbeelden van fantasyboeken die ik al gelezen heb, zijn “Harry Potter en de Relieken van de Dood”, de trilogie van “Het oude koninkrijk”, “Twilight”.
Als ik ’s avonds thuiskom van school heb ik altijd nood aan een beetje ontspanning voordat ik aan mijn huiswerk begin. Meestal ga ik dan in de zetel zitten met een boek. Muziek en een zacht dekentje om me heen mogen ook zeker niet ontbreken! Ik lees ongeveer een halfuurtje zodat ik weer helemaal ontspannen ben. Als ik dan aan mijn huiswerk begin dan ben ik veel beter geconcentreerd. Zodra ik gedaan heb met mijn huiswerk, lees ik weer wat verder in mijn boek. Op een gewone schooldag kijk ik bijna nooit televisie, een boek om te lezen ontspant mij dan veel meer en ik vind het ook veel aangenamer. Op dit moment ben ik het boek “Het Verloren Symbool” van Dan Brown aan het lezen. Na een zware schooldag is dit een goede manier voor mij om mijn gedachten te verzetten.
Lezen vind ik zeer ontspannend en aangenaam. Ik zou het zeker iedereen aanraden om ’s avonds eens een boekje te lezen in plaats van televisie te kijken. Je zult zeker merken dat dit een veel betere manier is om je ’s avonds bezig te houden. Ik heb ondertussen al veel leeservaringen achter de rug en ik weet zeker dat er ook nog veel gaan komen!

donderdag 8 november 2012

Misdaden - Ferdinand Von Schirach

Meestal schrijft de schrijver één verhaal en maakt daar dan één boek van. Dit is dus niet het geval bij Von Schirach. Het boek “Misdaden” handelt over elf misdaadverhalen, één voor één unieke verhalen.
Deze verhalen zijn gebaseerd op Von Schirachs praktijk al strafadvocaat. Zijn verhalen worden harteloos verteld, wat ervoor zorgt dat de gebeurtenissen erg schokkerend kunnen zijn. Elk verhaal wordt verteld vanuit de leefwereld van de dader. Hierdoor begrijp je beter waarom de dader het misdrijf heeft gepleegd. Ik vind dat Von Schirachs beschrijvingen zeer realistisch zijn weergegeven, je hebt de indruk dat het verhaal in je eigen omgeving zou kunnen afspelen.
In sommige passages worden de feiten wel eens erg vulgair voorgesteld. Zoals in het hoofdstuk “Tanata’s theekopje” waarin Pocol wordt vermoord. Toen de politie Pocol vond, was Von Schirachs beschrijving niet echt aangenaam om het je voor te stellen: “Pocol was naakt, uit zijn anus stak een afgebroken bezemsteel. De forensisch patholoog-anatoom stelde tijdens de obductie vast dat de kracht waarmee het hout was ingebracht ook de blaas had geperforeerd.” Nochtans heb ik tijdens het lezen vaak medelijden met de personages gehad. Ze kwamen vaak in situaties terecht die ik niemand zou willen toewensen. Een voorbeeld van een dergelijk personage was Fähner. Hij was een trouwe echtgenoot in tegenstelling tot zijn onuitstaanbare vrouw Ingrid. Uit frustratie en wanhoop heeft Fähner haar vermoord met een bijl. Vervolgens heeft hij haar verder in stukjes gehakt. Het is natuurlijk nooit een oplossing om iemand te vermoorden maar je begrijpt zijn motief wel. Fähner wist dat wat hij deed zeker niet juist was maar hij zag gewoon geen andere oplossing. Hierdoor krijg je toch wel medelijden met het hoofdpersonage, ook al weet je dat hij een ernstig misdrijf heeft gepleegd.
Von Schirachs schrijfstijl is “koud” maar toch gemakkelijk om te lezen. Ik had het boek dezelfde avond dat ik erin begon al uitgelezen. Als ik het boek in de bibliotheek zou hebben zien staan, zou ik het waarschijnlijk nooit gelezen hebben. Het lijkt weer zo’n saai misdaadverhaal met clichés, maar in werkelijkheid is het een boek dat heel afwisselend is en dat je nooit zal vervelen.






 Ferdinand Von Schirach